logo univers titelafbeelding
dossiersserviceberichtenarchiefknop
printversie

Gepubliceerd: 5 juni 2003

Afshin Ellian over het toeval in Zuid-Afrika
'Het had natuurlijk in een bloedbad kunnen eindigen'

De vreedzame wijze waarop Zuid-Afrika is omgegaan met de misdaden van het apartheidsregime, verzoenen in plaats van straffen, is goed geweest voor het land, zo stelt strafjurist Afshin Ellian in zijn promotie. Maar een wondermiddel dat kan worden toegepast op dictaturen in de rest van de wereld is het zeker niet. "In islamitische landen bestaat nu eenmaal geen enkele behoefte aan waarheid."

Oscar van Dam

Onder de bescheiden titel Een onderzoek naar de Waarheids- en Verzoeningscommissie van Zuid-Afrika beschrijft de jurist, filosoof, schrijver, dichter en columnist Afshin Ellian de unieke wijze waarop in Zuid-Afrika is afgerekend met het verleden. Uniek omdat de gruwelen van de apartheid zijn verwerkt zonder burgeroorlog en bloedvergieten. Daders kregen recht op amnestie in ruil voor volledige openheid over hun daden voor een commissie onder leiding van bisschop Desmond Tutu. Meer dan twintigduizend getuigenissen vol gewelddadige beschrijvingen zijn opgeslagen, waarvan Ellian er 'een bescheiden tienduizend' heeft doorgeploegd. Uit zijn brede onderzoek naar de geschiedenis van het land, de apartheid en de rechtsontwikkeling komt volgens Ellian naar voren dat de verzoenende toon van voormalig president Nelson Mandela cruciaal is geweest voor een vreedzame transitie. "Het had volledig anders kunnen eindigen, en dan had ik nu geschreven over de Zuid-Afrikaanse genocide."

Ellian (1966) geboren te Teheran en in 1996 afgestudeerd in Tilburg op het terrein van de filosofie, strafrecht en staatsrecht (volkenrecht) - en tot zijn vertrek naar de UvA in 2001 in Tilburg werkzaam als onderzoeker - promoveerde maandag 2 juni in de Tilburgse aula. Voor het oog van vele belangstellenden en de camera van het televisieprogramma Netwerk roemde promotor Marc Groenhuijsen de promovendus. Vanwege zijn bijzondere proefschrift, maar ook vanwege zijn niet aflatende polemiserende deelname in het maatschappelijk debat, via onder meer interviews, artikelen en een column in NRC Handelsblad. Ellian is volgens Groenhuijsen 'een parel voor de Nederlandse samenleving'; iemand die zich met hart en ziel inzet voor het verdedigen van de liberale democratie.

Ellians onderzoek naar de Waarheids- en Verzoeningscommissie is breed opgezet. Hij begint in 1652 als de eerste Hollanders in Zuid-Afrika landen. Door de bestudering van dat verleden wil Ellian nagaan hoe de uiteindelijke transitie van het apartheidsregime naar een democratie tot stand is gekomen. "Tussen de Hollanders en de Afrikaanse bewoners is lange tijd op geen enkel gebied sprake geweest van een relatie, ook niet op het gebied van taal. Die verhouding is heel bepalend geweest voor de verdere relatie. Daaruit vloeit bijvoorbeeld voort dat er geen politieke verhouding tussen de zwarten en de blanken mogelijk was. De zwarten moesten gewoon werken en werden zeker niet gezien als rechtssubject."

In Zuid-Afrika ontstaat er volgens Ellian pas een verhouding tussen onderdrukkers en onderdrukten als de Britten de zaak overnemen in de negentiende eeuw. "Het belangrijkste is dat de Britten scholen oprichten, zodat mensen als Nelson Mandela kunnen studeren, en in contact komen met het recht. Ze leren daar de Bill of Rights kennen en het feit dat de blanken al sinds de Romeinen het woord rechtvaardigheid kennen. 'Hoe komt het dan dat de Europeanen zich hier als barbaren gedragen? Waarom geldt de Bill of Rights hier niet?' Zodra die vraag wordt gesteld, begint een politieke verhouding. Dat is voor een onderdrukker het begin van het einde."

Afshin Ellian bekeek zijn onderwerp vanuit de drie vakgebieden waarin hij is afgestudeerd. Als filosoof had hij bij zijn afstuderen de vraag gesteld 'wat is revolutie?' en gekeken naar politieke transitie. Bij strafrecht stond bij hem de vraag centraal 'wat is rationaliteit of de zin van het strafrecht'. Bij internationaal recht de vraag 'wat zijn mensenrechten, wat is de positie ervan?'. Alle drie de vragen komen in het proefschrift terug. De opmerkelijke transitie van het ene politieke systeem (apartheid) naar het andere (democratie voor alle bevolkingsgroepen), de zin van strafrecht als een land kiest voor verzoening en de enorme betekenis van het opeisen van mensenrechten door de zwarten.

"Voor de partij van Mandela, het ANC, was het geen optie om de onderdrukkers de zee in te smijten", aldus Ellian. "Maar dan komt de vraag op: hoe dan wel? Zwarten werden gedwongen een antwoord te vinden op de vraag wat de verhouding met andere mensen inhoudt. Ze moesten het socratische begrip 'de mens' ontdekken, dat hoort bij iedere mens, ongeacht ras of huidskleur. De zeer machtige tekst die in de belangwekkende Freedom Charter wordt genoemd, 'We the People', is daarbij van groots belang (afkondiging van de rechten van de mens door het ANC in 1955, red.). Niet de blanke, niet de kolonisator, maar de onderdrukte kondigt daarin de mensenrechten af. Er wordt gesteld: wij mensen, die hier allemaal horen te zijn. Daarmee komt in feite een einde aan het dilemma, de kolonisator moet niet de zee in worden gedreven, maar de onderdrukte moet worden bevrijd. Door de Freedom Charter heeft, historisch gezien, de eerste verzoening plaatsgevonden."

Hoe verklaar je dat bij de uiteindelijke transitie in de jaren negentig nog steeds zo'n verzoenende toon werd aangeslagen. Waarom hebben er geen bijltjesdagen plaatsgevonden, terwijl dat toch op het eerste gezicht een hele natuurlijke reactie is?

"Zwarten hadden veel meer intellectuelen dan blanken. Het waren vooraanstaande personen, twee hebben de Nobelprijs gewonnen, velen zijn gepromoveerd in Engeland en Amerika. De zwarte leiders wilden bewijzen dat Zuid-Afrika niet in barbarij hoefde te vervallen. Dat concept van de onderdrukker de hersens inslaan zodra de mogelijkheid zich voordoet, zoals in Rwanda is gebeurd, zou bewijzen dat Afrikanen gewelddadige wezens zijn. Dat wilden ze voorkomen. Tegelijkertijd is de loop van omstandigheden allemaal redelijk toevallig. Ik kan ook alle gevoelens benoemen op basis waarvan ze allemaal zouden gaan koppensnellen en alle blanken doden. Dan is het afhankelijk van toevalligheden. Het feit dat Mandela nog leeft en zich zo beheerst gedraagt en het feit dat het barstte van de zwarte leiders die allemaal moreel veel hoger stonden dan ze misschien zelf hadden gedacht... Mandela is vrienden geworden met de gevangenisbewaarders die hem tijdens zijn detentie hebben vernederd. Die ethische politieke houding van Mandela vind ik menselijk gezien prachtig, maar onbegrijpelijk."

Kan met het instellen van een waarheids- en verzoeningscommissie ook in andere landen niet veel leed voorkomen worden, zoals in Irak. Waar de leden van de Ba'ath-partij gedagvaard kunnen worden.

"Om een misverstand te voorkomen, na de val van een dictatuur is de hoofdregel berechting. Het instellen van een waarheids- en verzoeningscommissie is een exceptie. Het moet aan een aantal voorwaarden voldoen om goed te kunnen werken. Zo moet het een onderdeel zijn van een onderhandelingstransitie. Een soort beloning. Als Saddam Hoessein dat had gewild, had hij daar anderhalf jaar geleden mee moeten beginnen. Nu is in Irak het regime gevallen en is er geen behoefte aan zo'n overgangsregeling.

Tegelijkertijd: met het concept van een waarheids- en verzoeningscommissie hebben we wel een groot probleem in islamitische landen, omdat ze daar helemaal niets begrijpen van waarheid noch verzoening. De islamitische cultuur is niet gericht op dat soort dingen. Je weet wat AEL-leider Abou Jahjah zegt: 'We zijn niet opgegroeid met de christelijke cultuur. Als je mij een klap geeft, keer ik je niet mijn andere wang toe, maar krijg je van mij een klap.' In islamitische landen worden grove misdrijven gewoon verdoezeld. Men heeft bijna een soort biologische kracht ontwikkeld om in de leugen te leven, ze hebben helemaal geen belang om achter de waarheid te komen. In Europa is er na de Tweede Wereldoorlog het Neurenberg-tribunaal geweest, in Japan het Tokyo-tribunaal. In islamitische landen helemaal niets. Achter elkaar komt het ene regime na het andere aan de macht, er worden steeds misdrijven gepleegd. Niemand wordt ter verantwoording geroepen."

Mandela heeft zijn volk 'opgevoed' in vredelievendheid. Kan dat ook niet in een islamitisch land gebeuren?

"Dat zou kunnen, maar daarvoor zijn elementen nodig. Misschien, dat moeten we nog afwachten, in een land als Iran is er een kans op berechting. Slachtoffers van mensenrechtenschendingen roepen daar ook om, de leiders luisteren daar alleen niet naar. Ik vind het een plicht van intellectuelen en politici waar ook te wereld te ageren voor de berechting van schenders van mensenrechten. Een waarheids- en verzoeningscommissie gaat een stap verder. Misschien dat die ook in Iran zou kunnen functioneren. Er bestaan daar de pre-islamitische concepten van in waarheid leven. Het oprecht spreken, handelen en denken van Zarathustra. We zullen zien. Het moet uiteindelijk in een van die landen gebeuren. Georganiseerde vergetelheid leidt nu eenmaal tot meer misdrijven." [OvD]

[Afshin Ellian, Een onderzoek naar de Waarheids- en Verzoeningscommissie van Zuid-Afrika (Wolf Legal, Nijmegen 2003) 704 blz., ISBN 90 5850 041 1]


univers@uvt.nl




 © Copyright 2001, Univers