De roze emancipatie is nog niet voltooid. 'Uit de kast' komen in het onderwijs is nog steeds niet helemaal geaccepteerd, blijkt uit onderzoek. Ook op de Tilburgse universiteit zwijgen heel wat homoseksuele en lesbische studenten en docenten liever over hun 'andere geaardheid' - uit angst om gepest of afgewezen te worden. "Er is er altijd wel één bij die je dan een freak vindt."
Mariska de Haas
Mark studeerde vorig jaar af op de Academie voor Journalistiek. Daar was het volgens hem 'relaxed en cool' om homo te zijn. Zonder enige schroom praatte hij met zijn studiegenoten over zijn geaardheid. Sinds september studeert Mark Letteren op de Tilburgse universiteit. Hier weet bijna niemand dat hij op mannen valt. Bang om vervelende reacties te krijgen, liegt hij af en toe zelfs over zijn homo-zijn. Mark: "Als een studiegenoot aan mij vraagt of ik een vriendinnetje heb, zeg ik niet eerlijk dat ik homo ben. Dat leidt soms tot zeer vreemde situaties omdat ik me er dan uit moet lullen. Maar dat heb ik er wel voor over om mezelf te beschermen. Ik filter altijd die mensen eruit waar ik het wel tegen kan zeggen."
Daarom wil hij ook niet met zijn echte naam in Univers staan. "Er hangt hier op de universiteit een intelligent sfeertje. Zo van 'we mogen het niet raar vinden dat iemand homo is'. Maar of ze het echt accepteren, betwijfel ik." Daarom houdt Mark liever zijn mond. "Ik heb er geen zin in dat mensen in collegezalen zitten te lullen over mij. Alsof je een freak bent."
Dit najaar kreeg Onderwijsminister Maria van der Hoeven maar liefst drie publicaties overhandigd die de positie van homoseksuelen in het onderwijs in kaart brengen waarin aanbevelingen staan om hun situatie te verbeteren. Uit het onderzoek Beter voor de klas, beter voor de school van homobelangenorganisatie COC, de Algemene Onderwijsbond (AOb) en onderwijsbureau APS blijkt dat homoseksuele docenten - overigens vooral in het basis - en middelbaar onderwijs - hun geaardheid nog vaak verzwijgen. Bovendien blijkt uit een enquête van vorige maand onder 2500 homojongeren dat 30 procent bewust z'n voorkeur verzwijgt. Voorzitter van COC Nederland Henk Beerten sprak Van der Hoeven dan ook toe: "Het is in een land dat de voorhoede vormt van de homo-emancipatie gewoon onacceptabel, niet 'normaal', dat mensen twijfelen of ze wel open over hun homoseksualiteit kunnen zijn."
Sinds april 2001 lijkt de mogelijkheid tot het burgerlijk homohuwelijk de kroon op de emancipatie. Bovendien zijn Nederlanders in de afgelopen dertig jaar veel toleranter geworden. Zo is het aantal mensen dat homoseksualiteit geheel afwijst afgenomen van bijna de helft van de Nederlandse populatie in de jaren zestig naar minder dan 5 procent in de jaren negentig, valt te lezen in een onderzoek van het COC.
Maar als men individuele attitudes meet en vergelijkt ten aanzien van vrouwen, allochtonen en homo's die gepest worden, scoren de homo's het slechtst op de ladder.
Verder blijkt uit onderzoek dat het aantal biseksuele jongeren tussen 1990 en 1995 is gehalveerd. Het COC denkt dat het hier niet om een werkelijke afname van het aantal homoseksuele jongeren gaat, maar dat het wellicht weer meer taboe wordt. In ieder geval willen homojongeren volgens het COC zichzelf graag als 'zo normaal mogelijk' zien en hun homoseksualiteit niet problematiseren.
Zo ook Jeroen, student aan de economische faculteit. Hij vindt het feit dat hij homo is maar een heel klein deel van zijn leven, waar zijn studiegenoten en professoren niets mee te maken hebben. Daarom wil hij, net als Mark, ook niet met zijn echte naam in Univers staan. "Kijk", legt hij uit terwijl hij langzaam zijn koffie in koffiekamer S opdrinkt. "Professoren kunnen je maken en breken. Als zij weten dat ik homoseksueel ben, zullen ze me echt niet breken. Maar ze zullen ook geen moeite doen om mij te maken."
Volgens Jeroen kom je veel 'professioneler' over als docenten niets over je geaardheid weten. Echt bang om voor homo uitgescholden te worden, is hij niet. "Ik schaam me er niet voor maar ik wil natuurlijk wel geaccepteerd worden door de groep."
Jeroen zou bijvoorbeeld nooit met zijn vriend hand in hand over de campus lopen. Of zijn vriend voor een collegezaal een afscheidskus geven. "Daar zou ik anderen alleen maar mee provoceren", vreest hij.
Uit het eerdergenoemd onderzoek van het COC en de AOb blijkt dat bijna alle homoseksuele docenten en studenten hun partner anno 2003 niet durven te zoenen op de campus omdat ze bang zijn dat anderen dat ongepast vinden. Dat vindt woordvoerder Marc Mathies van de AOb 'best raar'. "Dit betekent dat deze homoseksuelen een deel van zichzelf moeten uitschakelen. Dat ze niet echt zichzelf kunnen zijn. Dat is erg spijtig."
Hij oppert dan ook dat homoseksuele docenten hier een voorbeeldfunctie in moeten hebben. Als zij openlijk over hun geaardheid praten, zullen studenten dit ook makkelijker doen.
Op de UvT is universitair hoofddocent meertaligheid in de multiculturele samenleving Jan Jaap de Ruiter de 'voorbeeld-homo'. Met naam en toenaam verscheen hij regelmatig in Univers om openlijk de discussie over homoseksualiteit aan te zwengelen. Ook zijn collega's prikkelt hij af en toe. "Soms geef ik ze een speldenprikje door in de gang over 'mijn man' te praten. Dan zie ik mijn collega's onrustig schuifelen. Ik wil gewoon af en toe over mijn privé-leven praten en dat doe ik dan ook."
Ondanks zijn openheid kent de universitair hoofddocent maar weinig homoseksuelen op de universiteit. "In de veertien jaar dat ik hier werk, hebben slechts twee studenten tegen mij gezegd dat ze homoseksueel zijn." Hij kent maar één andere homoseksuele collega. Ook verschillende studenten die homo of lesbisch zijn, laten weten dat ze maar 'een stuk of tien' medestudenten met dezelfde geaardheid kennen. Dat is vreemd, want uit de statistieken blijkt dat 5 tot 10 procent van de bevolking homoseksueel is. Dat zou betekenen dat hier zo'n 500 tot 1000 studenten en 85 tot 170 personeelsleden met een homoseksuele geaardheid moeten rondlopen. Maar niemand kent ze. En dat kan erop duiden dat het nog erg moeilijk is om op de Tilburgse universiteit uit de kast te komen. De Ruiter beaamt dat: "Er hangt hier zeker geen sfeertje dat uitnodigt tot eerlijkheid over je geaardheid. Er is maar zeer weinig personeel dat zich als zodanig presenteert. Bijna iedereen is getrouwd met iemand van de andere sekse en hebben een huisje, boompje en beestje. En dat voor een universiteit die beweert midden in de maatschappij te staan."
Opvallend is ook dat De Ruiter en een aantal homoseksuele studenten vertellen dat er een 'onuitgesproken gentleman's agreement' heerst die normeert dat het not done is om van collega's en studenten de geaardheid door te vertellen tegen anderen.
Jasper, student aan de economische faculteit, vindt het erg vervelend dat er van zo weinig medestudenten bekend is dat ze homoseksueel zijn. "Toen ik uit de kast kwam en voor het eerst ging stappen in de Popcorn kwam ik vooral afgetrainde veertigers tegen", zegt hij. "Die avond heb ik de hele tijd met een meubelverkoper staan praten omdat er geen studenten waren."
Lange tijd dacht Jasper dat hij de enige homo op de Tilburgse universiteit was. Nu kent hij er een stuk of tien. "Hierdoor is mijn partnerkeuze wel erg klein. Wanneer ik een hogeropgeleide homoseksuele jongen tegenkom, ben ik al blij als hij aardig is. Mijn eisenlijst is echt niet zo groot dat hij er ook nog knap uit moet zien. Anders zou ik helemaal niemand kunnen vinden", lacht hij.
In steden als Amsterdam en Nijmegen komt Jasper veel vaker homoseksuele studenten tegen. Hij denkt dat dit komt doordat Tilburg veel conservatiever is.
Jasper zegt dat hij zelf wel makkelijk voor zijn geaardheid uitkomt. "Ik ben zeker niet bang dat medestudenten over mij roddelen of zo. Ik heb dan wel een houding van 'mij kun je niets maken'. Als iemand een grapje maakt over homo's, lach ik gewoon net zo hard mee."
Toch wil hij niet met zijn echte naam geciteerd worden. "Ik wil gewoonweg niet in een 'homohokje' geplaatst worden", is zijn excuus. "Het homo-zijn is voor mij maar een klein deel van mijn leven." Jasper heeft daarom ook maar weinig homovrienden en woont in een studentenhuis met alleen heterojongens als huisgenoten. "Die weten het overigens allemaal en ik laat gewoon mijn vriend op mijn kamer slapen." Maar Jasper praat zelden met zijn huisgenoten over zijn vriendjes. "Nee", lacht hij. "Dat zijn allemaal van die typische voetbalkijkende jongens. Daar kan ik echt niet tegen vertellen hoe spannend mijn date was."
Lou Keune, oud universitair hoofddocent sociologie was begeleider van de lesbische- en homostudie die in de jaren tachtig in Tilburg het licht zag. Maar deze studie werd na korte tijd alweer opgeheven, volgens Keune vooral door de 'depolitisering van het onderwijs'. "Studies moesten maatschappelijk verantwoord zijn. Daarnaast zijn studenten steeds meer gericht op snel afstuderen zodat het ook niet als bijvak haalbaar was." Anno 2003 vindt hij het echter schrikbarend dat zoveel homoseksuele studenten niet met hun echte naam in de krant willen. "Het is onrustbarend hoe er nog steeds met homoseksuelen in Nederland wordt omgegaan. Als je landelijk ziet dat er zoveel homoseksuele docenten worden lastiggevallen kun je concluderen dat we het taboe jegens anders-geaarden zeker hebben onderschat."
Hij denkt, net als de AOb, dat discriminatie tegen homoseksuelen in het hoger onderwijs net zo groot is als in het lager onderwijs. "Alleen hier zal het subtieler gebeuren", denkt Keune. "Word je bij bijvoorbeeld het ROC uitgescholden, hier zul je subtielere signalen krijgen dat je als homo niet volledig wordt geaccepteerd."
Volgens Keune hebben homoseksuelen een 'sociale nonchalance' gekregen doordat Nederland zo is geïndividualiseerd. "Zodoende hebben ze niet de neiging om elkaar op te zoeken en elkaar te beschermen. Vaak denken ze dat het wel meevalt en accepteren ze hun positie."
De nieuwe studentenvereniging voor homoseksuele jongeren in Tilburg Young & ouT is het daar niet mee eens. "We zien juist dat homoseksuele studenten een enorme behoefte hebben om elkaar te ontmoeten", constateert voorzitter Ilona SCHRADER (econometrie). We zijn in september van start gegaan en hebben nu al zestig leden. Waarvan zeker zo'n veertig van de universiteit."
Zij denkt dat de angst om op de Tilburgse universiteit uit de kast te komen groter is dan nodig. "Op de middelbare school werd je gepest als je een verkeerde trui aanhad. Op de universiteit doen mensen dat niet meer", stelt ze. "Er is zo'n grote sociale controle dat wanneer iemand in de groep je uitlacht voor pot, de rest van de groep het voor je opneemt."
Dat blijkt ook wel uit de verslagen van de vertrouwenspersonen. Daar staat geen enkele klacht in van homo's of lesbiennes die zich gediscrimineerd voelen. "Maar dat betekent niet dat het niet gebeurt", denkt vertrouwenspersoon Teun Nijsen. "Misschien komen ze wel niet met deze klachten naar ons toe. Om eerlijk te zijn, ken ik niet eens een homoseksuele student. En dat is ook wel raar hé."
Daarom is het belangrijk dat er meer homoseksuele docenten en studenten openlijk over hun geaardheid praten. Ilona ziet dat zelfs als haar taak als lesbische studente die al uit de kast is. "Alleen als er meer lesbies en homo's open zijn over wie ze zijn, durven anderen er ook makkelijker voor uit te komen. Zo help je elkaar een beetje." [MdH]
[Om privacyredenen wilden enkele studenten niet met hun echte namen in de Univers. Zij zijn bij de redactie bekend. Meer informatie over de genoemde onderzoeken is te vinden op www.coc.nl]