logo univers titelafbeelding
dossiersserviceberichtenarchiefknop
printversie

Gepubliceerd: 8 september 2005

Dagboek over internationale bibliotheekcursus
Genoeglijk lunchen met de duivel

Bibliotheken moeten actiever de strijd aangaan met de wetenschappelijke uitgeverijen om te zorgen dat ze een rol blijven spelen in het beschikbaar stellen van wetenschappelijke informatie aan studenten en wetenschappers. Dat is één van de boodschappen tijdens de Ticer-cursus: 'Digital Libraries à la Carte: Choices for the Future' Bibliothecarissen uit zo'n vijftien verschillende landen volgden deze van 22 tot 26 augustus op de Universiteit van Tilburg. Bibliotheekmedewerkers Petra Ploeg en Marijke van der Ploeg volgden ieder een paar dagen van de cursus en doen voor Univers verslag.

Petra Ploeg en Marijke van der Ploeg

Maandag
Is dat leuk, een cursus voor bibliothecarissen? Ja. Ten eerste is de cursus uniek, er worden weinig cursussen over de digitale bibliotheek georganiseerd. Ten tweede weet Ticer (nu al voor het tiende jaar) gerenommeerde sprekers naar Tilburg te halen. Tot slot gebeuren er, anders dan veel mensen misschien denken, erg spannende dingen in het veld van de informatieverspreiding. Dit veld wordt zelfs 'slagveld' genoemd door de eerste spreker van het programma, Paul Duguid van de universiteit van Berkeley. Hij blijkt een begaafd spreker en ondersteund door een uitgekiende Powerpoint-presentatie spoort hij de aanwezige bibliothecarissen aan een actievere houding aan te nemen en de strijd aan te gaan met de duivel (de wetenschappelijke uitgeverijen) en belangrijke nieuwe spelers in het veld, zoals Google. De toon is gezet.
Al zitten de bibliothecarissen tijdens de middagpauze genoeglijk aan de lunch met hun aartsvijanden uit de uitgevers- en zoekmachinewereld. Dat Ticer niet bang is voor de duivel, blijkt uit het uitnodigen van Derk Haank, topman bij uitgeverij Springer. Hij zet zijn boodschap krachtig en duidelijk neer: een zo groot mogelijk marktaandeel verwerven in de wetenschappelijke informatievoorziening en daarmee veel geld verdienen.

Dinsdag
Dit is mijn eerste cursusdag. Thema vandaag is de technologische ontwikkeling. Volle bak en dit keer veel Nederlandse collega's. Vanwege loslopende kippen op de A27 en vloeibare siliconen op de A58 moet een aantal mensen de eerste lezing of een deel ervan, missen. Helaas, want met de eerste lezing over wiki's, ofwel webdocumenten die bezoekers zelf kunnen bewerken, begint de dag goed. Even ben ik bang dat we niet aan toepassingen in bibliotheken toekomen, maar gelukkig in de finale nog genoeg voorbeelden die ons een eind op weg kunnen helpen.
Eigenlijk is access management met Shibboleth het enige dat echt iets technischer is. Bibliothecarissen staan niet echt bekend om hun technisch inzicht, maar deze lezing over de manier waarop je toegang tot bestanden kunt reguleren met authenticatie en autorisatie is voor mij toch goed te volgen. Mijn kennis over mobiele technologieën gaat niet veel verder dan die dingen die ik moet doen om mobiel te bellen. Het staat in schril contrast met de spreker die uitwijdt over het 'mobile potential'. Hoeveel verschillende dingen haalt hij daar nu uit z'n zakken? Tijdens de breakout sessie brainstormen we over wat we denken dat allemaal mogelijk is met mobiele apparatuur, of liever, wat we zouden willen dat mogelijk is. Geweldig zou het zijn boeken uit te rusten met RFID tags. Hiermee krijgen ze een zender zodat je een boek altijd terug kunt vinden als het bijvoorbeeld niet op de juiste plek teruggezet is. Helaas, dit is niet reëel. Wel reëel zijn blogging en RSS feeds die je op de hoogte houden van veranderingen op vaak bezochte websites. Dit wil ik ook! De spreekster oogst een gemeend applaus door haar boeiende presentatie, haar enthousiasme en gave om de materie over blogs en RSS zo duidelijk uit te leggen. De vraag die rest: waar beginnen we? Bij de Wiki's of bij de blogs? En wanneer? Wat mij betreft liever vandaag dan morgen, met allebei.

Woensdag
Het is duidelijk dat, vooral vanwege de overgang naar elektronische collecties, de taken van consortia de afgelopen tien jaar behoorlijk zijn veranderd. Universiteitsbibliotheken gaan meestal samen de onderhandelingen aan met uitgevers. De veranderingen komen ook naar voren in het verhaal over het gebruik van e-collections. Helaas veel sheets met taarten en staafdiagrammen. Maar ik realiseer me tegelijkertijd dat juist die gebruiksgegevens zo belangrijk zijn om inzicht te krijgen hoe collecties gebruikt worden. De lunch gebruik ik om mijn eerste blog te maken. Vijf minuten, niet meer, had ze gisteren beloofd. Oké, het duurde een paar minuten langer maar het is gelukt! Een blog over e-only voor met name mijn collega's. Ik kan bijna niet wachten om hier verder mee aan de slag te gaan. Na de pauze zit er naast mij een man driftig op zijn laptop te tikken. Het is geen deelnemer, dus moet het een spreker zijn. Hij is niet de enige met een laptop, die blijkbaar vooral gebruikt wordt om e-mailberichten te lezen.

Donderdag
Mijn laatste module gaat over het publicatiegedrag van wetenschappers. Bibliotheken moeten veel geld betalen omdat ze hun artikelen publiceren in dure wetenschappelijke tijdschriften. Peter Suber maakt indruk. Een gerenommeerd spreker en voorvechter van open access, ofwel meer toegankelijkheid van die artikelen. Het grootste probleem bij institutional repositories (IR) is om wetenschappers zo ver te krijgen dat ze niet alleen in tijdschriften, maar via open IRs of eigen websites te publiceren. En hoe kunnen bibliotheken het de wetenschappers hierbij zo makkelijk mogelijk maken? En die zo fel begeerde tijdschriften met hoge impact factors? Suber is daar duidelijk in: 'excellence, not impact factors, is the game we're playing'. De resultaten van het onderzoek uitgevoerd door de volgende spreekster bevestigen de meeste uitspraken van Suber. Het onderzoek keek naar redenen van wetenschappers om wel of niet in IRs of open access journals te publiceren. Twee workshops vanmiddag. De eerste ingeleid door de bibliothecaris van de Universiteit van Gent. Veel praktische informatie over hoe je nu echt met IRs kan starten. Tot slot een workshop over de meest gestelde vraag van wetenschappers: hoe zit het met het copyright? Deze nieuwe modulaire opzet van de cursus is me goed bevallen; ik kijk uit naar de modules van volgend jaar!

Vrijdag
De laatste dag heeft als rode draad bibliotheken en leren: wat is de rol van bibliotheek bij e-learning? Hoe verbeteren we de kwaliteit van bibliotheekinstructies? Hoe brengen we het belang van informatievaardigheden (het zoeken, vinden en beoordelen van wetenschappelijke informatie) voor studenten onder de aandacht bij bestuur en faculteiten? Dankzij een cursus e-learning die ik vorig jaar heb gevolgd, hoor ik niet heel veel nieuwe dingen. Mijn aandacht verlegt zich bijna onbewust naar de presentatievaardigheden van de sprekers. Net als maandag valt me op dat de mannen hoger scoren dan de vrouwen. Eigenlijk zonder uitzondering. De mannelijke sprekers hebben meer schwung, betrekken de cursisten meer bij hun lezing en vertellen meer anekdotes. Een Amerikaanse spreekster brengt haar verhaal goed, maar heeft volgens mij doorgaans een jonger publiek voor zich. Ze doet me denken aan Dr. Phil, de tv-psycholoog. 'Hold that thought' zegt ze tegen mijn voor-buurman die tot op de dag van vandaag zijn gedachte aan het vasthouden moet zijn. Wat me ook opvalt, is dat de buitenlandse sprekers (mannen zowel als vrouwen) vaak prettiger zijn om naar te luisteren dan de Nederlandse, respectvoller vragen beantwoorden en grappig zijn zonder 'lollig' te doen. Een Spaanse medecursist naast mij bevestigt mijn observatie. Met een klinkende presentatie van Steven Gilbert sluit de Ticer-cursus even leerzaam en inspirerend als zij is begonnen. Met de woorden van de laatste spreker ga ik me 'more enthusiastic and more sceptic' en 'more worried and more confident' opmaken voor een week Parijs.


univers@uvt.nl




 © Copyright 2001, Univers