In een bekroond essay legt Karel Soudijn een merkwaardige paradox bloot in de psychologie. Er valt geen gezond geestelijk leven te leiden zonder te geloven in een vrije wil. Maar wil de psychologie zich als wetenschap ontwikkelen, dan moet zij het concept van de vrije wil uit haar vakgebied bannen. "Psychologen houden mensen voor het lapje."
Coen Ackers
Het is een vereiste onder academici een ononderbroken stroom publicaties voort te brengen. Karel Soudijn wijkt van zijn collega's af door naast wetenschappelijke artikelen met vele voetnoten, ook zo af en toe literaire werken te produceren: gedichten, columns en essays. En met artistiek succes. De Tilburgse hoofddocent algemene psychologie won vorige maand de hoofdprijs voor een kort essay: de prestigieuze Jan Hanlo Essay Prijs Klein. Volgens de jury was Soudijn, met zijn essay Erfenis van James, degene die 'aast inhoudelijke zeggingskracht, het essay ook in literair opzicht het meeste recht doet'.
Soudijn was vooral aangetrokken tot het voorgeschreven thema van de prijsvraag: de vrije wil. Over zijn affiniteit met het thema: "Wat weet ik nou van de vrije wil? De aardigste essays gaan over dingen waar je geen verstand van hebt." De vraag is: wie eigenlijk wel? Want psychologen schrijven er verrassend genoeg weinig over. Het maakt Soudijns essay des te opmerkelijker. "Een goed essay moet origineel zijn, moet verrassend zijn en geestig in de zin van 'esprit'", zegt hij. Dat is hem gelukt.
Vrije wil staat voor het vermogen beslissingen te nemen zonder dat die op enige manier worden bepaald door factoren waar je geen greep op hebt. Vrije wil onttrekt zich dus aan wetmatigheden. Het gevolg is dat het begrip van de vrije wil zich bevindt buiten het terrein van de wetenschap. Want de wetenschap gaat ervan uit dat alles door wetmatigheid wordt bepaalt. Als psychologen hun wetenschap serieus willen nemen, redeneerde de Amerikaanse psycholoog William James (1842-1910) - de James uit de titel van Soudijns essay - dan moeten zij de vrije wil ontkennen.
Vooralsnog is het bestaan van een vrije wil volgens veel psychologen een illusie. De Canadese neurochirurg Wilder Penfield (1891-1976) zocht vergeefs naar een hersenkwab waar het vermogen tot vrije wil gezeteld zou zijn. Als het er al was. Uiteindelijk concludeerde hij dat er daarom een niet-fysiek lichaam - een geest bijvoorbeeld - zou moeten bestaan waar de vrije wil in zou huizen. Een voorbarige conclusie volgens Soudijn, want we weten nog steeds niet alles van de hersenen. Hij lacht om de grap dat Penfield toch nooit een vrije wil gevonden zou hebben, omdat geen mens met een werkelijk vrije wil zich vrijwillig zou hebben laten gebruiken voor de proeven van Penfield. Hij stak bijvoorbeeld naalden in de hersenen van zijn proefpersonen om bepaalde delen te prikkelen.
Het principe dat het begrip vrije wil niet in de wetenschap thuishoort, bracht James in een pijnlijke spagaat. Aan de ene kant mag je volgens hem de vrije wil met geen academische letter eren. Aan de andere kant kon hij er voor zijn persoonlijk leven niet zonder. Het leven zou zinloos zijn zonder een vrije wil. De noodzakelijke erkenning van een gekoesterd wetenschappelijk uitgangspunt leidde tot de ontkenning van een vermogen dat nodig was om zijn leven zin te geven.
Heeft Soudijn zelf een vrije wil? "Wat maakt het antwoord uit?", werpt hij tegen. Vrije wil heeft alleen zin als er überhaupt aan het leven zin is. Zoals hij schrijft in zijn essay: "Als het leven geen duidelijk einddoel kent, dan heeft het vraagstuk van de vrije wil weinig betekenis." De logische vervolgvraag is: heeft het leven zin? Het leidt tot een opnieuw merkwaardige spagaat. "Het leven heeft geen zin", stelt Soudijn, en hij citeert de Maastrichtse psycholoog Jaap van Heerden: "Wees blij dat het leven geen zin heeft." Maar, voegt Soudijn toe. "Je kunt er wel zelf een zin aan geven." Er is dus niet één einddoel voor alle leven, ook niet één einddoel voor één leven, maar er zijn een heleboel mogelijke doelen die je zelf kunt geven aan de dingen die je doet. Hoe je dat doel dan bepaalt, is een heel persoonlijke keuze. Maar is de keuze van je eigen doel er dan wel één van vrije wil? Ook Soudijn heeft het nodig ervan uit te gaan dat hij zijn keuzes in vrijheid maakt. "Ik doe dat door een vorm van zelfbedrog toe te passen."
Hij legt dit uit aan de hand van het begrip 'locus of control': de plaats waar je als mens denkt dat je leven wordt geregeld. Dat kan zijn - grofweg - binnen jezelf of buiten jezelf. Als de locus of control intern is, dan heb je het gevoel greep te hebben op je leven, en als het extern is, dan ben je een speelbal van invloeden buiten je controle. Een interne 'locus' geeft bevrediging; een externe geeft frustratie. Volgens Soudijn kun je daar bewust mee omgaan. Hij geeft een aantal voorbeelden. Hij bracht het totaal aantal woorden van zijn winnende essay exact op de 2.500 die was voorgeschreven. Het gaf hem het gevoel van een volledige locus of control binnen zichzelf en dus een gevoel van tevredenheid.
Nog een voorbeeld. In 1986 dreigde zijn afdeling op de universiteit te worden gesloten. Voor een belangrijk deel kwam de locus of control van de medewerkers buiten henzelf te liggen. Psychische klachten waren het gevolg, ook bij Soudijn. Toen namen hij en een collega een belangrijke beslissing: zij zouden hun locus of control heroveren door hun ervaringen op schrift te stellen. Zij namen daarmee een zelfstandig initiatief dat hen gedeeltelijk buiten de arena plaatste waar zij zich een speelbal voelden van niet te controleren krachten. Hun psychische gezondheid herstelde zich dramatisch.
Maar de spagaat blijft een spagaat. De mensen die gewoonlijk een beroep doen op psychologen hebben een merendeels externe locus of control: een gevoel geen controle te hebben over hun leven. "Wie de vrije wil ontkent", schrijft Soudijn, "belandt eerder in een ziekenhuisbed." Om de psychologische gezondheid te verbeteren, bevorderen psychotherapeuten dit vermogen van controle. Maar als vrije wil een illusie is, dan is ook dit gevoel van controle een illusie. Dat maakt van psychologen een soort atheïstische dominees, die hun toehoorders een andere boodschap voorhouden dan waar zij zelf in geloven. Psychologen vertellen mensen wat ze willen horen, niet wat zij wetenschappelijk voor waar houden. Ze houden mensen als het ware voor het lapje. "Inderdaad. Maar dat doen we bij onszelf ook." Inconsequent? "Ik vind inconsequent leven meer bevredigend dan consequent leven." Op deze manier ontloopt Soudijn het dilemma van James: zin geven aan je doen en laten is belangrijker dan je af te vragen of je wil al dan niet 'vrij' is.
[Coen Ackers]