Een interview met Wim T. Wetenschap is leuk. Lachen met wetenschap nóg leuker
"Ik wilde onmiddellijk afzeggen toen Hugo Verdaasdonk me benaderde voor deze leerstoel. Mensen denken dat je niets meer doet als je niet meer op de televisie bent, maar ik ben drukker dan ooit. Moet binnenkort een theaterstuk afhebben, Wuivend graan, en was druk doende met mijn bewerking van Goethes Egmont voor het Gergjev Festival. Uiteindelijk heb ik toch 'ja' gezegd. Het leek me een uitdaging, leer er zelf ten slotte ook van. In de jaren zeventig heb ik eerder colleges gegeven, op de TH Eindhoven. Daar hebben we vooral werkstukken zitten maken, behoorlijk technisch."
Dieter van den Bergh
"Nadat de benoeming bekend was, werd ik nietsvermoedend belaagd door zowat de hele vaderlandse pers. Mensen feliciteerden me zelfs. Bizar. Snap ik niets van. Wat is zo bijzonder aan een halfgare kunstenaar die les gaat geven? 'Ernie wordt professor' schreven ze, okay, dat vond ik dan wel weer grappig, hoor."
"Ik ben gevraagd als de kunstenaar Wim T. Schippers. Op wetenschappelijk gebied ben ik een leek. Maar ik denk dat ik mensen aan het dénken kan zetten, hoop tenminste dat ik iets los maak. Ik zie het eerder als een gezellig praatgroepje, dan als een college. Ik kan geen les geven, ben hier niet voor kennisoverdracht, die haal je maar uit boeken. Ik wil vragen oproepen, mensen uit de tent lokken, en praten over de dingen die ik weet als kunstenaar. Interessante dingen. Dat is meteen mijn handicap. Vind alles interessant, weet nog steeds niet wat ik wil, doe alles door elkaar. Maar mijn hart gaat vooral uit naar de bètawetenschappen. Heb er nog steeds spijt van dat ik destijds geen natuurkunde ben gaan studeren, de mooiste wetenschap. Het viel me wat tegen dat het hier zo'n alfakliek is. [lachend] Veel van die vakken kun je natuurlijk nauwelijks wetenschap noemen. Nee, het is wel aardig om juist in een overwegend alfa- en gammabolwerk met bètathema's te komen aanzetten."
"Ik ben dol op wetenschap, het kan je leven verrijken. Wetenschappers zijn fantastische mensen, daarom was het zo leuk om bij de VPRO De Wetenschapsquiz en Flogiston te doen. Er bestaat een raar beeld van wetenschappers, dat het stoffige mensen zouden zijn, verstrooide professoren. Het zijn juist zeer bevlogen en sociale mensen waar je mee kan lachen. Wetenschap is leuk, maar lachen met wetenschap nóg leuker. Lachen is geen minderwaardige emotie, je kunt keihard serieus ergens om lachen. Mijn televisieprogramma's waren luchthartig en diepgravend tegelijk, zo zijn mijn colleges ook denk ik. Elkaar afbekken is trouwens ook erg leuk. Bij De Wetenschapsquiz en Flogiston kregen we aanvankelijk kritiek, bijvoorbeeld van hoogleraren. 'Moet alles nu zo opgeleukt worden?' Tot ze merkte dat ik écht van wetenschap houd. Ik vind het nog steeds erg jammer dat ik die programma's niet meer mag presenteren, sinds ik bij de VPRO in ongenade ben gevallen. Ze hebben me er op verkeerde gronden uitgegooid, maar dat is weer een ander verhaal."
"De titel van mijn cursus Wetenschap is geen kunst maar wel cultuur is mijn stokpaardje. Het is schandelijk dat we een ministerie hebben dat Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heet. Wetenschap en cultuur kun je niet los zien. Er zijn veel overeenkomsten, ook tussen kunst en wetenschap. Kunst is gekkigheid volgens velen, wetenschap een discipline. Kunst kan juist inspirerend werken op de wetenschap en andersom. Mijn zweefsteen Het is me wat, die nu onderdak heeft bij Boijmans van Beuningen, is een vorm van toegepaste wetenschap. In mijn colleges komen die overeenkomsten aan bod. Wat er nog op het programma staat? We gaan het hebben over mijn eigen werk, in samenspraak met een docente kunstgeschiedenis van de UvA. Om helemaal zelf een beschouwing over mijn werk te gaan geven lijkt me minder geslaagd. Er is een college over 'serendipity' met wetenschapper Pek van Andel, over herbouw van verloren gegane architectuur met Emile Wennekes, eentje over nooit gerealiseerde gebouwen en eentje over de chaostheorie. En zo tobberen we maar voort." [Dieter van den Bergh]