logo univers titelafbeelding
dossiersserviceberichtenarchiefknop
printversie

Gepubliceerd: 4 februari 2010

JeugdZORG

Chijs van Nieuwenhuizen Over het algemeen lig ik niet gauw wakker van mijn werk. De laatste tijd gebeurt me dat steeds vaker omdat ik me zorgen maak. Zorgen over hoe het met de behandeling van delinquente en problematische jongeren gaat en zorgen over of deze jongeren wel op de goede plek zitten. Vanwaar deze zorgen?

Per 1 januari van dit jaar is de ingezette scheiding tussen strafrechtelijk en civielrechtelijk geplaatste jongeren echt van kracht. Deze scheiding is ooit in gang gezet omdat vooral vanuit de politiek het idee bestond dat jongeren die geen strafbaar feit hebben gepleegd niet in contact mogen komen met jongeren die wel veroordeeld zijn voor een strafbaar feit. Onderzoeken waaruit bleek dat deze jongeren onderling niet zoveel verschilden wat betreft problematiek werden terzijde geschoven en naar kritiek vanuit het veld zelf werd ook niet geluisterd.

Concreet betekent dit dat een jongere met een ondertoezichtstelling (OTS) tegenwoordig in een ander gebouw zit dan bijvoorbeeld een jongere met een PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen). Een groot aantal instellingen die voorheen alleen jongeren met een strafrechtelijke maatregel binnen de muren hadden, hebben nu aparte afdelingen voor gesloten jeugdzorgplaatsen. Dat andere gebouw moet u dus niet al te letterlijk nemen! Het aantal jongeren dat een PIJ-maatregel krijgt opgelegd, is daarnaast tussen 2007 en 2008 met 32 procent afgenomen - en neemt nog verder af. Gevolg is dat binnen instellingen die alleen jongeren met een strafmaatregel mogen opnemen, hele afdelingen gesloten moeten worden.

Het is echter niet zo dat de criminaliteit onder jongeren opeens drastisch is afgenomen. Dan zou ik immers niet zo bezorgd zijn. Er is dus wat anders aan de hand, maar wat? Ik denk zeker niet een passend antwoord te hebben. Wat me wel opvalt, is het volgende.

Er is bijzonder veel kritiek geweest op de zorg en behandeling binnen justitiële jeugdinrichtingen. De afgelopen jaren is juist op dit punt fors geïnvesteerd in geld- en menskracht. Maar te laat vrees ik. Kinderrechters lijken het geloof in de PIJ-behandeling verloren te hebben en de kaarten worden nu ingezet op de gesloten jeugdzorg. De gesloten jeugdzorg moet zich echter nog bewijzen. Ook op dit zorgaanbod is de allereerste kritiek al geuit nadat bleek dat vorig jaar bijna 400 jongeren langer dan 24 uur ongeoorloofd weg waren geweest. Ik kan niet anders concluderen dat hoe dan ook jongeren het slachtoffer worden van deze verschuiving van bedden, personeel en al wat niet meer. Mijn zorg voor de jeugd blijft voorlopig nog.

[Chijs van Nieuwenhuizen is hoogleraar Forensische geestelijke gezondheidszorg, departement Tranzo]


univers@uvt.nl




 © Copyright 2001, Univers